Financieel meerjarenbeeld
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
---|---|---|---|---|
Meerjarenbeeld (begroting 2024) | 0 | -22.000 1 | -20.881 2 | -29.349 |
1. Gemeentefonds, septembercirculaire 2023 | 7.500 | 6.650 | 12.000 | 12.000 |
2. BUIG * | 4.600 | 4.663 | 4.595 | 4.579 |
3. Nominale compensatie * | 5.819 | 7.723 | 1.415 | 1.047 |
4. Gemeentefonds, meicirculaire 2024 * | -4.726 | 13.952 | 16.092 | 18.968 |
5. Belastingen | -1.646 | -2.457 | -1.771 | -1.844 |
6. Rente-effecten | 29 | 802 | 375 | -365 |
7. Dividend Enexis | 435 |
|
|
|
8. Areaalontwikkeling | -65 | -125 | -215 | -310 |
9. Voorziening afkoopsom graven | -39 | -26 | -24 | -25 |
10. Leges op reisdocumenten |
|
|
| -159 |
11. Leerlingenvervoer | 374 | 416 | 419 | 211 |
12. Energie | 400 | 400 | 400 | 400 |
13. Terugloop kapitaallasten | -4 | -9 | -16 | -21 |
14. GR - PG&Z | -455 | -301 | -128 | 60 |
15. GR - Noordelijk belastingkantoor | -16 | -225 | -244 | -250 |
16. GR - Groninger archieven | 39 | 59 | 45 | 48 |
17. GR - Veiligheidsregio Groningen | -426 | -251 | -295 | -860 |
18. GR - Omgevingsdienst Groningen | -100 | -50 | -50 | -50 |
Saldo meerjarenbeeld begroting 2024 | 11.719 | 9.221 | 11.717 | 4.080 |
1) Van het overschot in 2024 en 2025 gebruiken we 1,3 miljoen om het tekort in 2026 terug te brengen tot het aanvaardbare tekort van 22 miljoen.
Het resterende overschot in 2024 en 2025 (13,6 miljoen) sparen we voor de strategische investeringsprojecten (begroting 2024).
2) De stand is 250 lager dan vermeld in de begroting 2024 doordat opgave 118 uit de begroting 2023 abusievelijk t/m 2026 was verwerkt i.p.v. t/m 2030.
*) Mutatie t.o.v. van het financieel meerjarenbeeld bij de voorjaarsnota
1. Gemeentefonds, septembercirculaire 2023
De raming van het gemeentefonds is geactualiseerd op basis van de septembercirculaire 2023.
Het geraamde accres is ten opzichte van de meicirculaire 2023 bijgesteld voor een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling. De extra opbrengst bedraagt 5,9 miljoen euro in 2025, 5,4 miljoen euro in 2026, 10,7 miljoen euro in 2027 en 2028.
Bijstelling van de verwachte ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds leidt tot een voordeel van 0,65 miljoen euro vanaf 2025. Overige ontwikkelingen leiden tot een voordeel van 950 duizend euro in 2025 aflopend tot 650 duizend euro vanaf 2027. Per saldo is het voordeel 7,5 miljoen euro in 2025, 6,65 miljoen euro in 2026 en 12,0 miljoen euro vanaf 2027.
2. BUIG
Eind september 2023 heeft het ministerie van SZW het definitieve budget BUIG voor 2023 vastgesteld en is het voorlopig budget BUIG voor 2024 bekendgemaakt. Per brief (kenmerk 323867-2023) is de raad hierover geïnformeerd. Dit leidt tot een structureel voordeel van 4 miljoen euro.
*) Doordat het aandeel van de gemeente Groningen in de landelijke uitgaven aan de bijstand in 2023 verder is afgenomen. Dit betekent dat de ontwikkeling van onze uitgaven aan de bijstand wederom gunstiger is geweest dan landelijk. Dit geeft een voordelige bijstelling. Het voordeel bedraagt 549 duizend euro in 2025 en loopt af tot 352 duizend euro vanaf 2028.
3. Nominale compensatie
Nacalculatie van de loon- en prijsontwikkeling over 2022 t/m 2024 betekent een verlaging van de budgetten met 0,39%. Het voordeel voor de algemene middelen bedraagt 2 miljoen euro vanaf 2025.
Na het verschijnen van het Centraal Economisch Plan (CEP) wordt de loon- en prijscompensatie vanaf 2025 bepaald waarmee directies de koopkracht van budgetten waardevast kunnen houden. Voor een deel van 2025 (eerste kwartaal) is voor de loonontwikkeling gerekend met de nog lopende cao.
Voor 2025 en 2026 is er een voordelige bijstelling van de nominale compensatie dat vooral wordt verklaard door een lagere verwachte loonontwikkeling in het CEP. Daarentegen verwacht het CPB voor 2027 een hogere loonontwikkeling dan eerder was voorzien.
Daarnaast neemt het budget dat jaarlijks waardevast wordt gehouden toe doordat extra middelen voor knelpunten en opgaven beschikbaar worden gesteld en door de loon- en prijsontwikkelingen.
Het financiële effect dat per saldo ontstaat is een voordeel van 4,7 miljoen euro in 2025, een voordeel van 6,6 miljoen euro in 2026, een voordeel van 0,3 miljoen euro in 2027 en een nadeel van 0,1 miljoen euro vanaf 2028.
*) De indexering van het budget Jeugdzorg is aangepast conform afspraken met de RIGG. De indexatie 2025 is vastgesteld op 4,96%. Dit betekent een voordelige bijstelling van het financieel meerjarenbeeld van 163 duizend euro in 2025 oplopend tot 182 duizend euro vanaf 2028.
Actualisatie van de kostentoedeling van de overhead op basis van de personele inzet leidt ertoe dat er meer wordt toegerekend aan de tarieven en minder aan de concernproducten. Dit leidt tot een voordelige bijstelling van 925 duizend euro per jaar.
4. Gemeentefonds, meicirculaire 2024
De begroting 2025 wordt gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2024. Op dat moment worden niet alleen de mutaties van de circulaire verwerkt maar worden ook de onderliggende maatstaven geactualiseerd naar de laatste inzichten. Voorlopig is de verwachte ontwikkeling (bedragen x € 1 mln.).
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
---|---|---|---|---|
Verwachte ontwikkeling accres | -4,9 | -7,3 | -9,1 | -8,6 |
Ontwikkeling maatstaven/ overig | 8,8 | 8,8 | 11,6 | 12,9 |
Rijksvoorjaarsnota 2024 | -10,8 | 11,9 | 13,1 | 14,2 |
*) Uitvoeringskosten inkomensdienstverlening | 0,3 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
*) Leniger en flexibeler begroten | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 |
*) Ontwikkeling maatstaven | 1,5 |
|
|
|
| -4,7 | 14,0 | 16,1 | 19,0 |
Verwachte ontwikkeling accres
In de meicirculaire 2024 en Rijksvoorjaarsnota is het accres gemeentefonds herzien op basis van het CEP (Centraal Economisch Plan) van het CPB. Doordat de verwachte loon- en prijsontwikkeling de komende jaren is verlaagd zal het Lpo-accres eveneens dalen. Ook het volume-accres dat vanaf 2027 wordt verstrekt neemt af door een lagere (8-jaars gemiddelde) BBP-groei in het CEP t.o.v. het MEV. De nadelige bijstelling bedraagt -4,9 miljoen euro in 2025 oplopend tot -8,6 miljoen euro in 2028.
Ontwikkeling maatstaven
De decembercirculaire gaf een voordelige bijstelling door bijstelling van de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen’. Dit betekent een voordeel van bijna 8 miljoen euro. De vraag op dat moment was of we dit voordeel structureel konden ramen. Op basis van nadere analyse van de onderliggende data is geconcludeerd dat het voordeel structureel is. Bij de actualisatie van de maatstaven die het gemeentefonds verdelen is hiermee meerjarig rekening gehouden.
Voor 2022 is een herziene opgave van de belastingcapaciteit 2022 ontvangen. Deze capaciteit blijkt hoger dan geraamd wat resulteert in een nadeel van 3 miljoen euro per jaar. De maatstaven die samenhangen met het aantal inwoners en woonruimten zijn geactualiseerd op basis van een herziene meerjarige prognose van O&S (Onderzoek en Statistiek). Op basis van de meicirculaire zijn eveneens meerdere maatstaven bijgesteld en is de uitkeringsfactor meerjarig geactualiseerd.
Per saldo is de voordelige bijstelling 8,8 miljoen euro in 2025 oplopend tot 12,9 miljoen euro in 2028.
Rijksvoorjaarsnota 2024
Medio april is de Rijksvoorjaarsnota 2024 verschenen. Hierin wordt aangekondigd dat vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting (675 miljoen euro) komt te vervallen. Als tegenprestatie wordt het accres over 2025 door het Rijk eenmalig gekort met 675 miljoen euro. Voor de gemeente Groningen betekent dit een nadeel van 10,8 miljoen in 2025 en een voordeel van 10,8 miljoen euro vanaf 2026.
Vanaf 2024 baseert het Rijk de ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de ontwikkeling van het BBP. Omdat dit niet passend is voor de ontwikkeling van de zorgkosten reserveert het Rijk alvast 75 miljoen euro in 2026 oplopend tot 300 miljoen euro in 2029.
De werkelijke omvang van de compensatie en de wijze van verdelen moet nog worden uitgewerkt. Voor Groningen verwachten we een voordeel van 1,125 miljoen euro in 2026 oplopend tot 4,5 miljoen euro in 2029.
*) Uitvoeringskosten inkomensdienstverlening
Uit de meicirculaire 2024 blijkt dat het aantal bijstandsontvangers blijft afnemen. Hierdoor neemt het budget van de directie inkomensdienstverlening de komende jaren eveneens af. Het voordeel is 274 duizend euro in 2025 aflopend tot 93 duizend euro in 2028.
(NB: Tegenover dit voordeel staat een hoger bijgesteld knelpunt inkomensdienstverlening).
*) Leniger en flexibeler begroten
Het financieel meerjarenbeeld zoals dat is opgenomen bij de Voorjaarsbrief 2024 ging ervan uit dat de extra ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds volledig aangewend zou worden voor de realisatie van de stelpost ‘leniger en flexibeler begroten uit de begroting 2020. Uiteindelijk is in het raadsvoorstel meicirculaire 2024 voorgesteld 2,0 miljoen euro in plaats van 2,4 miljoen euro hiervoor te gebruiken en 400 duizend euro te laten vrijvallen ten gunste van het meerjarenbeeld.
Als bij de septembercirculaire 2024 een hogere onderuitputting van het BTW compensatiefonds blijkt zal de nog resterende taakstelling van 0,4 miljoen euro daaruit worden gerealiseerd.
*) Ontwikkeling maatstaven
Na het verschijnen van de meicirculaire zijn meerdere belangrijke maatstaven in 2024 geactualiseerd. Meer inwoners en meer eenpersoonshuishoudens leiden naar verwachting tot een verhoging van de algemene uitkering van circa 1,5 miljoen euro. Op dit moment kunnen we nog niet verklaren waar deze toename door wordt veroorzaakt. Dit vraagt een nadere analyse. Op basis hiervan kunnen we bepalen of de verhoging van de algemene uitkering structureel doorwerkt.
5. Belastingen
De ontwikkeling van onze belastinginkomsten zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Op basis van de geactualiseerde raming van het CPB daalt naar verwachting de Lpo-stijging in 2025 t/m 2028 en daarmee de inkomsten uit belastingen. Een lager verwachte loonontwikkeling is hiervan de voornaamste oorzaak. Ook vindt er voor de belastingtarieven nacalculatie plaats van de tarieven over voorgaande jaren. De negatieve bijstelling bedraagt -1,6 miljoen euro in 2025, -2,5 miljoen euro in 2026, -1,8 miljoen euro vanaf 2027.
6. Rente-effecten
In onze actuele rentevisie gaan we voor de jaren vanaf 2025 uit van rente op nieuwe langlopende leningen van 2,5%. In de begroting 2024 en de daarin opgenomen meerjarenramingen gingen we nog uit van een rente van 3%. De lagere rente vertaalt zich in een lager Rente Omslag Percentage (ROP).
We hanteren vanaf 2025 een percentage van 1,70 % (dit was in de begroting 2024 nog 1,75 %).
Het voordelige prijseffect van een lager rentepercentage op nieuwe leningen en een lagere doorbelasting van ROP-rente leidt tot een per jaar enigszins wisselend rente-effect. In 2025 is het voordeel 29 duizend euro, in 2026 een voordeel van 802 duizend euro en in 2027 een voordeel van 375 duizend euro. Voor het jaar 2028 is er ook sprake van een hoeveelheidseffect (i.v.m. de naar verwachting hogere financieringsbehoefte door een stijgende boekwaarde). Daardoor is er in dat jaar sprake van een per saldo nadelig effect van 365 duizend euro.
7. Dividenden
In 2025 is sprake van een incidenteel voordeel van 435 duizend euro omdat we het verwachte dividend over onze Enexis hebben verwerkt. (Het dividend wordt incidenteel geraamd omdat we in ons weerstandsvermogen rekening hebben gehouden met de opbrengst van een eventuele verkoop).
Het jaarverslag van de BNG is nog niet gepubliceerd. Als een bijstelling van onze dividendverwachting nodig is zullen we dit bij een latere actualisatie van het financieel meerjarenbeeld betrekken.
8. Areaalontwikkeling
De benodigde budgetten voor het onderhoud aan de openbare ruimte door ontwikkelingen in het
areaal is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2024. In 2025 leidt dit tot een nadeel van 65 duizend euro, in 2026 een nadeel van 125 duizend euro, in 2027 een nadeel van 215 duizend euro en in 2028 een nadeel van 310 duizend euro.
9. Voorziening afkoopsom graven
Het afgekochte grafonderhoud loopt via een voorziening, conform voorschriften van het BBV. Jaarlijks vindt er een onttrekking aan de voorziening plaats ter hoogte van het in dat jaar benodigde onderhoudsbedrag. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag bij voor een (nieuw tiende) jaar. De hoogte van deze jaarlijkse bijstorting wordt elk jaar, bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd op basis van gedetailleerde overzichten van al het afgekochte onderhoud.
De voorziening moet in de jaarrekening van voldoende omvang zijn om de kosten voor de komende tien jaren te kunnen dekken. Dit betekent een beperkt hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening.
10. Leges op reisdocumenten
In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Hierdoor lopen de inkomsten terug. Een deel van de lagere inkomsten wordt gecompenseerd door lagere personele inzet. In 2028 verwachten we ten opzichte van 2027 een inkomstendaling van 223 duizend euro. De verwachte kostendaling is 64 duizend euro zodat het nadeel 159 duizend euro bedraagt in 2028.
11. Leerlingenvervoer
De uitgaven voor het leerlingenvervoer vallen lager uit ten opzichte van eerdere prognoses. Het voordeel ontstaat door een lagere aantal declarabele kilometers en een lagere indexering van de kosten. Het voordeel bedraagt 374 duizend euro in 2025 aflopend tot 211 duizend euro vanaf 2028.
12. Energie
In de begroting 2024 is rekening gehouden met een structurele stijging van de energielasten met 5,1 miljoen euro in het meerjarenbeeld. De verwachting is dat de marktprijzen voor de langere termijn een gunstig beeld laten zien ten opzichte van ons huidige inkooptarief. De eerder extra opgenomen energielast van 5,1 miljoen euro verlagen we daarom met 400 duizend euro vanaf 2025.
13. Terugloop kapitaallasten
Dit betreffen specifieke investeringen waarvan de afnemende kapitaallasten terugvallen naar meerjarenbeeld. De impact is beperkt en loopt op tot een nadeel van 21 duizend euro in 2028.
14. GR – Publieke Gezondheid & Zorg (PG&Z)
Op basis van de ontwerpbegroting 2025 van PG&Z hebben we onze bijdrage geactualiseerd. In de begroting 2024 was er rekening gehouden met een meerjarige loon- en prijsontwikkeling van 2,5%. De CAO-stijging in 2023 zorgt voor verhoogde personeelskosten. Vanaf 2025 is dit meegenomen in de begroting en worden de kosten voor de gemeenten hiermee hoger. De huurkosten van het Hanzeplein nemen vanaf 2025 toe en ook dit leidt tot een hogere bijdrage. Vanaf 2026 neemt het nadeel af doordat de incidentele investering in 2025 dan weer wegvalt uit de gemeentelijke bijdrage.
15. GR - Noordelijk Belastingkantoor
De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijdrage is geactualiseerd op basis van de ontwerpbegroting 2025. Het betreft bijstelling van de loon- en prijsontwikkelingen en mutaties in verdeelsleutels. Naar aanleiding van een onderzoek van de waarderingskamer wordt extra ingezet gepleegd op het onderdeel ‘ Waarderen WOZ-objecten ’. Ook de werkzaamheden voor de naheffingsaanslagen Parkeren nemen toe. Daarnaast is er sprake van efficiency- en schaalvoordelen doordat ook Oldambt en Pekela diensten afnemen én doordat een aantal processen met minder personele inzet uitgevoerd kan worden.
Dit leidt in 2025 tot een aanvullende bijdrage van 16 duizend euro, 225 duizend euro in 2026, 243 duizend euro in 2027 en 250 duizend euro in 2028.
16. GR - Groninger archieven
De bijdrage aan de verbonden partijen wordt jaarlijks via het meerjarenbeeld geactualiseerd. De bijstelling als gevolg van actualisatie van lonen en prijzen bedraagt 39 duizend euro in 2025 oplopend tot 48 duizend euro vanaf 2028.
17. GR - Veiligheidsregio Groningen
De bijdrage aan de Veiligheidsregio Groningen neemt toe met 426 duizend euro in 2025 oplopend tot 860 duizend euro in 2028. De hogere bijdrage wordt veroorzaakt door het saldo van hogere loon- en prijscompensatie en een hogere FLO-bijdrage vanaf 2025. In voorgaande begrotingen hebben we al gespaard voor de huisvesting Sontweg. De daadwerkelijke investering vindt later plaats zodat in 2025 t/m 2027 de reservering (deels) vrijvalt in de algemene middelen.
18. GR – Omgevingsdienst Groningen
Voor 2024 was afgesproken dat de taken voor vergunningsverleningen voor bodemsaneringen in 2024 nog uitgevoerd zou worden door de organisaties die dat al deden, ondanks de formele aanwijzing als basistaak. Die afspraak vervalt vanaf 2025 en ligt de uitvoering bij de Omgevingsdienst. De ervaring leert dat uitbestede taken duurder worden door de overdracht. Het nadeel hierdoor is 50 duizend euro vanaf 2025. Daarnaast worden er voor 2025 hogere inhuurkosten van 50 duizend euro verwacht omdat het nog niet lukt de personeelsbehoefte in te vullen met vaste medewerkers in plaats van inhuurkrachten.